Watermolen bij Marcilhac-sur-Célé. Er is daar een restaurant te koop...

Alweer voorbij.

Elk jaar weer kijk je reikhalzend uit naar de vakantie en dan geniet je een paar dagen en voordat je het weet is het weer helemaal voorbij.
We vertrokken net voor de Franse nationale feestdag. Het voetballen was net af gelopen en ik had het druk met mijn klant en Maartje op het werk.
De tocht naar het zuiden, over de snelweg, bracht ons heel veel regen totdat we bij de Dordogne afsloegen en via Saulieu de grote weg verlieten om bij Groléjac naar het hotel du Pont te gaan. Het was nog dicht. We hebben wat aan het water staan mijmeren en toen de famille Jardel weer terug was hebben we wat biljartjes gelegd en in de avond de gefrituurde kleine visjes gegeten.
De dag daarna gingen we langs bij Hans en Siranouche, waar er nog verdere verbeteringen aan de gîtes hadden plaatsgevonden, zoals een ligstoel opberg kast bij het zwembad en een nieuwe terrastafel voor de grote gîte.
Na bijpraten en een lekkere lunch gingen we naar Calvignac waar camping Ruisseau de Treil ligt. We namen binnenweggetjes en het was mooi weer. We vonden een grote plek en hebben met wat moeite de tent opgezet want het was al weer een paar jaar geleden dat we het gebruikten. Het ging redelijk, alleen verschoven de matrasjes in de tent die niet helemaal vlak lag en ik moest een paar keer per nacht naar het verre toiletblok door nat gras. En dan de natuur! De eerste avond, in het begin, was er lawaai van mensen bij een grote BBQ.Dat hielt op, maar de nacht was niet stil. Roofvogels zoals uilen schreeuwden om diertjes te verschrikken en te vangen, een vos blafte, volgels zongen op de gekste tijden.
We zijn er een paar dagen gewest en hebben in de buurt rond gereden door hele fraaie landschappen en oude ruïnes.
Daarna via kleine wegen richting Emma in de Ariège. Het was leuk daar weer te zijn en we hebben een paar dagen wat dingen met haar gedaan en thuis gekookt. Met z’in tweeën gingen we ook bij het restaurant Le Petit Gris in Tautavel langs op weg naar Port Vendres waar we sliepen. Daarna de bergen in met een overnachting in een goed en goedkoop hotel in Bolquere. De volgende dag terug naar Emma maar niet zonder een uitstap in de richting van Saint Girons door de lagere bergen van de Ariège.
Weer twee nachtjes bij Emma en daarna via een B route naar het Noorden. Eerst binnendoor tot Saint Antonin Noble Val, een Middeleeuws stadje met een leuk grill restaurant maar vanwege de regen met weinig klandizie. Daarna van Caussade tot Argenton vanwaar we binnendoor tot Aigurande gingen en het Hotel du Berry –- een oude herberg met aardig ontvangst (althans de mevrouw, de mijnheer/kok was liever elders maar hond Dexter was lief en speels).
De dag daar op weer kleine wegen naar Bourges, waar we rond gelopen hebben en genoten van de kathedraal en het huis van Jacques Coeur en waar we eens naar terg moeten… Toen over de B wegen naar Salbris voor een “zo-zo” lunch en daarna bij Orléans de grote weg op voor de laatste 200 km naar buis. Lekker makkelijk, wel druk op de weg.
En dan ben je er weer. Je droomt nog van zelf daar in het zuidwesten te wonen en werken, een restaurant of zo openen. Maar tegen het koele licht van de financiën en de obstakels zet je de dromen weer weg en ga je weer aan de bak in Parijs.

Althans, voor de komende tijd…

Geef een antwoord