Een microklimaat

We wonen aan de voeten van de Pyreneeën, het dichtstbijzijnde skiestation  ligt op zo’n 40 km en de Middellandse zee op 150 km.

Dus je kunt rustig stellen dat we in een soort driehoek wonen. Skiën, zwemmen – u zegt het maar.

De mensen die hier wonen, maar ook de meteokenners, spreken van een microklimaat. Korte, gematigde winters, een lang voor- en najaar en een zomer met aangename temperaturen. Zo’n max 30 graden met een briesje.

Waarom dit briesje? We bevinden ons in een zogenaamde corridor. In het gebied tussen Narbonne en Toulouse staat er bijna altijd een behoorlijke wind. ‘Le vent d’Antan’ of ‘le vent Marin’. Er wordt ook regelmatig voor gewaarschuwd wanneer je op de péage A61/A66 rijdt. Deze wind komt dus uit het westen.

Nu zijn we beland in 2018. De winter was lang, lang, lang. Met sneeuw tot in maart toe. En het voorjaar was nat, nat, nat. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de natuur deze regen hard nodig had.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld in Nederland, waar deze maanden zonnig, zonnig waren. Met geen regen van betekenis. Het probleem dient zich nu aan in Nederland: droogte.

Waar wil ik naar toe? Het microklimaat. Daar is deze zomer weinig van te bekennen. Er is geen hoognodig briesje en het is ongelooflijk WARM. Een geluk dat het voorjaar nat, nat, nat was. De bodem is niet door en door droog. En daardoor hebben we hier ook minder snel last van brandhaarden.

Iedereen roept dat dit ‘ très exceptionnel’ is.

Laten we het hierbij houden. En dat we spoedig de ‘ vent d’antan of de vent de marin’ weer mogen verwelkomen.

Maartje  06082018

Luiken dynastie

De luiken aan de straatkant (lees – noordkant) van ons huis zijn beschilderd in een Baskische rode kleur. Waarom ik dit schrijf? Omdat ik erg tevreden ben met het resultaat. Waarom dit herhalen?

Als je terugbladert op de website dan stuit je op mijn vorige verslagen over het wel en wee van schilderen van luiken. En nee dit wordt geen dramaverslag.

Al doende leer je over merken, werkzaamheden, kostenplaatjes en hoe op die kosten te besparen of juist niet.

Toen wij vorig jaar aan de Hercules taak begonnen van de ongeveer VIJFTIEN luiken, vroegen we advies over de juiste manier van werken, welke producten te gebruiken etc. etc. Al doende leerden we ook van dorpelingen die welgemeend advies gaven. Zij die bleven hangen omdat het wel errug gezellig was om met de Nederlandse nieuwkomers te praten. Enfin. Begin september 2017 hingen alle luiken aan de achterkant. We waren begin juni begonnen!

Ik zal niet meer uitweiden over schuren, schuren, insectenbehandeling, onderlaag na onderlaag en ten slotte de DRIE verflagen. Dat is namelijk verleden tijd.

Terugkomend op de eerste alinea. Eerlijk gezegd werd ik van het vooruitzicht zoals beschreven in de vierde alinea niet echt vrolijk.

Marcel herinnerde zich dat Nico Comte, de schilder die verschillende muren binnenshuis had geschilderd, de lokaal geproduceerde verf van Maestria gebruikt. Relatief genomen is dit merk per pot duurder dan V33. Maar een verschil van dag en nacht w.b.t. het werken.

Eén keer schuren – GEEN insectenbehandeling – GEEN onderlagen. Simpel: twee verflagen. And that is it. Omgerekend waren de kosten per oppervlak een stuk lager en mijn humeur veeeeel vrolijker. En uiteindelijk hebben we minder verf gebruikt.

We spelen zelfs met de gedachten om volgend jaar de luiken aan de tuinkant te herschilderen met Maestria.  En niet pas over vijf jaar. Yes, you may call us crazy.

 

AMEN!

 

Maartje, 2-8-18

Het resultaat

 

 

De werkplaats

 

 

Tochtje naar Seix

 

Col de port

Dit weekeinde hadden we even niets te doen en het was nog mooi weer ook dus hebben we de auto gepakt voor een lange tocht in de bergen. Vrienden van ons gaan vaak naar de Couserans en dat wilden we ook wel zien. Ons doel werd Seix, zo’n typische naam met X zoals Foix, die in deze buurt wijzen op een andere taal dan het Frans of Occitaans. Gallo-romaans wellicht. Niet ver van Seix ligt Soeix. Andere on-Franse namen van dorpen zijn Aleu, Biert, Alos, Aulus, Ustou.

Onze tocht ging via Lavalenet, richting Montségur en Roquefixade en dan door naar Tarascon-sur-Ariège. Mar voordat we bij deze laatste stad aankwamen gingen we rechtsaf de bergen in naar de Col du Port. An de andere kant reden we naar het fraaie Massat om uiteindelijk in het dal te komen van de rivier Le Salat.

In Seix, een klein dromerig plaatsje met een fraai centrum, liep het tegen etenstijd en we wisten dat onze vrienden graag stoppen bij de Auberge des Deux Rivières. Maar terwijl we vele terrassen en eettentjes zagen, niet de auberge.

Maartje belde met het restaurant en viel al snel van het Frans in het Nederlands omdat er een Belg aan de andere kant van de lijn was. Ja er was plek en het restaurant lag 6 km verder langs de rivier stroomopwaarts. Het heet “twee rivieren” omdat op die plek de Alet in de  Salat over gaat.

Er was een terras, maar er waren wilde bijen actief dus we gingen in de koele eetzaal zitten waar er een menu kaart was met gerechten uit de Ariège en wat Belgische kostelijkheden zoals konijn met stroop.

Robert en Philippe hebben het restaurant in 2014 overgenomen van Ingrid en Eric, de laatsten in een hele lange reeks van de familie Dougnac. Robert deed het ontvangst en Philippe staat in de keuken en, later, komt ook de zaal in om te vragen of het naar wens was en om de desserts op te nemen. Twee honden laten af en toe hun neuzen zien in de hoop dat er iets op de grond valt.

We hadden een terrine vooraf, gevolgd door roti de porc de lait voor Maartje en een forel voor Marcel. Het varkensvlees kwam met een gelige saus die wat zoets had. Ik proefde er ui in en zag laurier. Philippe vertelde dat het heel zacht gestoofde uien waren (of ‘aluintjes’ zoals hij zei) met melk, tijm en laurier.

De vis was niet vers, dat stond ook op het menu, maar kwam uit de diepvries. Het kwam we uit de regio. Het waren wilde forellen – niet gekweekt zoals ik ze hier kan kopen -, klein en met rozig vlees omdat het de echte arc-en-ciel waren en geen faro.

Philippe zei dat goed en snel ingevroren vis vaak beter is dan verse vis van een paar dagen oud, en dat het voor hun moeilijk was in te schatten hoeveel verse vis ze op een dag nodig hebben.

Uiteraard zit er vis in die twee rivieren, vissers genoeg langs de kant.

Na de lunch reden we naar Couflens en Salau, verder stroomopwaarts. Op een gegeven moment komt her water van alle kanten de bergwanden af om naar de rivier te gaan. Het was zonnig in het dal maar de bergtoppen waren nog wit van sneeuw dus er is een hoop smeltwater.  Het is een schitterende vallei waar we zeker vele wandelingen kunnen maken mits we er een overnachting bij regelen want hoewel het niet ver weg is in kilometers is het toch wel twee-en-half uur rijden. We zagen wat leuke kleine huisjes langs de rivier te koop….

Behalve van de bergkoeien die melk maken voor de Bethmale en Rogalais kazen, als wel de geiten en schapen wiens melk daar ook voor wordt gebruikt, was dit berggebied bekent vanwege de elektriciteit, bosbouw en mijnen. Er wordt een groen marmer gedolven en er was een mijn voor Tungsten – een mineraal dat steeds meet in trek is bij de elektronica-industrie en wapenfabrikanten en voor Frankrijk een strategisch belang heeft.

De mijn werd zo’n dertig jaar geleden gesloten omdat er toen een enorm aanbod op de markt was, uit China onder anderen, die de prijs deed kelderen.

Nu heeft een Australisch bedrijf een 80 percent aandeel in de mijn met een lokaal bedrijf dat toestemming heeft om te bestuderen of verdere delving mogelijk is.

Maar de oude mijn is niet schoon en zit zelfs vol met asbest en de lokale bevolking vreest dat dei afval, en de nieuwe activiteiten, hun groen dal gaat vergiftigen. Sommigen zin de mijn als een kans voor werkgelegenheid terwijl de ecologisten – vaak lui met een staatsbaan in een grote stad zoals Toulouse – hameren op de groene aspecten. Maar de lokale burgemeester en de restaurateurs willen dat de vallei groen blijft vooral omdat het onderdeel is van een natuurreservaat en de zeldzame “harige aasgier” er leeft.

Wij reden weer terug en zullen onze wandelingen proberen te doen voordat er grote vrachtwagens met steen over de smalle weggetjes rijden. We namen een snellere maar langere weg via St Girons en Foix. Vlak voor Foix kwamen we in een plotselinge file te staan. Er was een ongeluk gebeurt. In de kortste tijd was er de gendarme, brandweer, politie, nog meer brandweer etc. Toen we na ongeveer een half uur door konden rijden, via de andere kant van de weg met verkeersregelaars, zagen we minstens drie motorrijders roerloos op het wegdek liggen. We zagen geen auto met schade en hebben geen idee wat er gebeurd was maar drie motorrijders dat betekent minstens twee motoren. Waren ze bewusteloos or erger, dat konden we gelukkig niet zien maar met snelheid achterover op je rug en hoofd (helm) op het asfalt vallen is geen akkefietje. Toch wel wat aangeslagen reden we verder naar huis.

 

 

 

 

 

 

 

Bubbels, bobbels, luchtbellen

Het begon een paar weken geleden. Het afwateringssysteem maakte overuren althans zo klonk het. Het is een oud huis met haar kwalen die soms van licht tot erger worden.

Een voorbeeld: als we een douche namen en het toilet op de begane grond werd tegelijkertijd doorgetrokken, dan ‘rochelde’ het toilet op de eerste etage. Erger nog als de wasmachine op datzelfde moment aan het spoelprogramma begon dan leek het of het huis tot leven kwam. We dachten dat er ergens in het binnenste van al die leidingen een grote luchtbel zat. Of er was een opstopping die ik (Maartje) probeerde te vermorzelen met liters chloorwater en schoonmaakazijn. Toen Marcel vorige week het toilet gebruikte toen leek het tot een vulkanische uitbarsting te komen. Op zo’n momenten realiseer je je dat het binnenste van het huis veel raadsels heeft.

Dus hebben we onze loodgieter Eric Garcia gebeld. Ik heb zo goed en kwaad als het ging uitgelegd wat er aan de hand was. Onze versie dan. Hij zei ‘maak je geen zorgen, ik kom zaterdag vroege avond langs’. Vroege avond werd tenslotte even voor achten toen zijn bekende busje voorreed. Hij wilde naar boven gaan om te kijken of het probleem in de badkamer lag. Maar stopte meteen op zijn schreden toen ik hem vertelde dat de ‘rochelende’ geluiden ook hoorbaar waren in het toilet en meer specifiek het kleine fonteintje. Hmmmm. Laat ik eerst maar eens kijken hoe het met jullie afvoerputje is gesteld. Afvoerputje? Yep, waar de afvoerleidingen uitkomen in de grote rioolbuizen. Het was me de afgelopen dagen al opgevallen dat het vochtig was rondom dat putje. Maar ja wat wil je het heeft gesneeuwd en veel geregend.

Eric maakte het putje open en toen was het zelfs voor mij duidelijk dat het putje tot aan de rand verstopt zat. OEF! Mijn eerste vraag was ‘wie is hiervoor verantwoordelijk’. Wie moet het opruimen. Hij zei dat wij dat zijn. Dus het gedeelte tot aan de hoofdbuis. Hij heeft het putje met emmertjes geleegd. Marcel scheen bij met een zaklantaarn en leegde de volle emmers in een ander putje. Het werd later en later en af en toe klonk er een ‘hmmm’. Eindelijk tegen tienen mocht ik de verschillende kranen openzetten om te kijken of het water wegliep. En OUI!

De ‘rochels’ zijn weg, zelfs als we de twee wc’s en de afwasmachine en de vaatwasser tegelijkertijd gebruiken.

Kijk als je de symptomen kent dan was het eigenlijk al geruime tijd duidelijk dat er een probleem was met de afvoer. Zoals het niet altijd 100 procent doortrekken van de wc beneden.

Maar een gewaarschuwd mens telt voor twee. We hebben weer iets geleerd.

De laatste dagen kregen we opmerkingen van veel mensen in het dorp dat we de riooldienst hadden kunnen bellen…en die komen ook binnenkort voor een inspectie.

Gouden dagen

September dreaming

De mooie septembermaand eindigt met de laatste ‘Indian summer’ temperaturen. De nachten worden koeler. De zwaluwen zijn naar warmere oorden vertrokken en de ganzen oefenen hun V-formaties. De bomen verliezen hun groene vachten en veranderen in goud.

Dit jaar vierde mijn moeder haar 80ste verjaardag. En dat wilden we vieren met zijn allen. In totaal zo’n 2800 km gereden. We vertrokken op de 8ste. Onze Q5 vond het dolletjes om weer eens lange afstanden te mogen cruisen. De route ging dit keer niet over Parijs. Maar ‘binnendoor’ via Clermont-Ferrand met een overnachting in de buurt van Chablis.

De terugreis voerde via Reims met een overnachting in Salbris. De hotels in Meerssen waren volgeboekt. Uitgeweken naar hotel Lahaye in Houthem-St Gerlach. Op zondag pikten we ook nog Noortje’s verjaardagsfeestje mee, ons nichtje is 13 lentes jong. Na een bezoek aan Marcel’s ouders vertrokken we op de 12de weer zuidwaarts.

Ik probeer met de korte zinnen de snelheid weer te geven van ons flitsende reisje van zuid naar noord en van noord naar zuid.

Felix de Lagarde hoefde in onze afwezigheid niet op een houtje te bijten. Hij werd liefdevol vertroeteld door Francine onze buurvrouw.

Op de 13de ontmoetten we Fons, die met zijn camper door Frankrijk trok. Ietsje langzamer dan wij. Het was zijn eerste bezoek aan ons in Lagarde, St Geeee, kende hij al. Woensdagavond een ‘koot de boeuf’ op de bbq en donderdagavond leefden de beide keukenprinsen zich uit op de Lacanche (het fornuis).

En nu zijn we aangekomen in de laatste week van september.

Op 30 september is het precies een jaar geleden dat we neerstreken in dit paradijsje. Het is een leven zonder de stadse stress. We hebben onze vaste adresjes voor vlees, groenten en fruit. Het Occitaans taaltje heeft steeds minder geheimen.

Marcel was bijna benoemd tot raadslid, ware het niet dat we nog net niet lang genoeg hier wonen. We waren nog niet in de plaatselijke belastingannalen op genomen. Er komt ongetwijfeld een tweede kans.

 

Maartje

De vele levens van Felix

Zoals jullie wellicht weten zijn wij de hoofdsponsor van een zwart-wit katje dat officieel staat geregistreerd als “Felix de Lagarde”. Het eet meestal hier, komt dan luid mauwend van ver uit de velden of het dorp naar de deur toe, gaat met staart omhoog ’s avonds snel mee naar de bijkeuken om een zakje “nat” voer te krijgen en daarna gaat het zich wassen.

Toen het nog frisjes was ging hij daarna op de bank of op een stoel slapen. Heel in het begin bleef hij tot zo’n zeven uur in de ochtend. Nu wil hij er al eerder uit. Met het mooie weer zelfs direct na het eten, en dan gaat hij op het tuinmuurtje slapen om daarna weer te gaan jagen en spelen.

Op maandag avond, het was al laat en donker, zat Felix met ons buiten. Opeens was er een vrouwenstem en de kat schoot weg richting het kerkhof. Daar hoorden we de vrouw praten tegen “le petit chat”. Felix kwam pas de volgende ochtend terug.

Op dinsdag gebeurde hetzelfde dus Maartje is eens nonchalant naar het kerkhof pad gegaan waar ze twee mensen zag die Felix een bakje voer gaven. Nou ja!

Het zijn Anna en Philippe uit Rambouillet, in de Yvelines, die hier een tweede huis hebben. Dat huis staat naast het huis van de oorspronkelijke eigenaars van Felix. De kat werd daar door de kinderen gepest, met pijl en boog bijvoorbeeld, en Felix die nog geen Felix was nam de vlucht. De buren zorgden zo goed als kwaad het ging voor hem maar na hun vakantie gingen ze in September naar het noorden terug zonder de kat mee te durven nemen.

Wij kenden Felix toen al, maar hij woonde niet bij ons omdat we nog niet verhuisd waren en omdat ik officieel allergisch ben voor katten. We hebben tussen ons verblijf en de verhuizing de buurvrouw eten laten zetten voor de kat, onder een afdakje in de tuin.

Toen we in Oktober hier kwamen wonen, bleek de kat ook soms onderdak en eten te krijgen bij Catherine, een oudere mevrouw verder in de straat.

We hebben gezamenlijk de castratie van de kat betaald en zij vangt de kat op wanneer we er niet zijn. Maar soms was hij niet bij ons en niet bij haar, terwijl het hard regende, bijvoorbeeld. Toen had hij dus weer onderdak bij zijn eerste opvang adres.

Anna en Philippe hadden eraan zitten denken om de kat dit keer naar het noorden mee te nemen en ze waren verbaasd over hoe goed verzorg hij was vergeleken met het beschadigde en zielige katje van een jaar geleden. Nu weten ze wie de hoofdsponsor is, en de kat blijft hier, maar hij slaapt af en toe bij hun.

Vanmorgen om zeven uur stond de kat op het tuinmuurtje te miauwen, zoals wel gebruikelijk. Ik opende de deur en hij kwam me kopjes geven aan mijn benen, maar zocht niet meteen zijn etensbak op. Helemaal niet, hij ging weer naar het muurtje en ging zich likken – meneer had al ontbeten en zat tussen zijn eerste en tweede liefdes in…

Bordeaux blijft leuk ook als buitenstaander, wijnfeest ging onze neus voorbij.

Elke twee jaar is er in Bordeaux een internationale wijn en drankenbeurs; de Vinexpo.
Als journalist bij Reuters, met een hobby in wijn verhaaltjes, ben ik daar zo gedurende zes jaar naar toe gegaan. De eerste keer kwam ik erachter dat er een “persdiner” was en melde me aan. Met wat vijven en zessen werd ik toegelaten en ging ik in smoking en met vlinderdasje naar Château Rothschild. waar baronesse Philippine ons een geweldig diner voorschotelde, met voortreffelijke wijnen en een groots vuurwerk festijn.
Ik zat toen aan tafel met de prins van Luxemburg en we dronken “zijn” Haut Brion en de huiswijn, Mouton Cadet. Niet slecht. We werden in een bus teruggereden naar de stad en de journalisten wisselden ervaring uit. De uitverkorenen waren helemaal onder de indruk van hun avond aan de tafel van La Tour.
Vervolgens werd ik uitgenodigd, en daarna zelfs met echtgenote, en deden we verschillende Châteaus aan, met tafelgenoten als Martin Bouygues – Château Montrose – of Carole Bouquet met Philippe Rothschild. Het eten werd door sterrenkoks verzorgd, soms zelfs meerderen, en de zalen waren rijkelijk gedecoreerd.
Nadat ik weg was bij Reuters ben ik nog wel naar Vinexpo gegaan, ik schreef nog over wijn voor het agentschap en ook voor Forbes. Maar in 2015 dacht ik dat het de laatste keer was, bij Margaux.

Summum
Dus wat schetste mijn verbazing toen ik in januari, doorgestuurd uit Saint Germain en Laye, een “vooruitnodiging” kreeg voor een diner bij Chateau Latour. Latour, het summum, flessen van duizend tot twee duizend euro…
Dus ik accepteerde graag, ook namens mijn vrouw, en gaf de adreswijziging door. We boekten een kamer in Bordeaux, want rond de Vinexpo is het moeilijk en duur, en wachtten af.
Er kwam niets dus ik stuurde mailtjes en LinkedInberichtjes maar kreeg geen antwoord. Ook de telefoon gaf alleen een antwoordapparaat.
Het was een gunst en een eer dus je gaat niet te veel stennis maken, en dan, ik schrijf amper nog over wijn.
We zijn wel naar Bordeaux gegaan afgelopen weekeinde en hebben er een prettige tijd gehad in een mooi appartementje in de Chartrons buurt. Het was warm. Op zondagavond hoorden we vuurwerk; dat zal het einde van het diner zijn geweest.
Wellicht als ik me toch had ingeschreven als pers voor de Vinexpo en een badge voor mezelf en Maartje had geregeld, zoals twee jaar geleden, was de uitnodiging toch gekomen. Maar het zou toch niet “juist” zijn geweest; het was mooi zolang het duurde.
Op zaterdag aten we bij Noailles in Bordeaux. Maartje had gebakken eendelever en ik een voortreffelijke kalfskotelet. We hadden een fles Léoville Barton uit 2011, heel aardig en nog net betaalbaar. Latour kunnen we ons niet veroorloven, zeker niet in een restaurant, misschien wel hun tweede wijn; Les Forts de Latour. Wellicht voor mijn 55ste verjaardag – het leven gaat door, sommigen dingen gaan voorbij en andere staan te komen; c’est la vie.

Gaia et Villedieu

Het mysterie van het Merovingische altaar.

Op het moment zijn onze gedachten bij het schuren, schuren en nog meer schuren. Gevolgd door het aanbrengen van grondverflaag, na grondverflaag. Gevolgd door, jawel, de definitieve verflaag. In drie- of viervoud.

Daarnaast bestaat Marcel’s dagtaak uit het werken voor zijn grootste klant Blue Heron in New York. ’s-Avonds koken, heel lekker koken, maar dat is welbekend.

We wonen in een hele mooie en interessante streek. Een streek die we globaal kennen. Maar wat we nog niet bezocht hebben, zijn historisch, gezien, opgravingen, romaanse kerken, of siertuinen.
Foix, met zijn imposante kasteel en Mirepoix, kennen we nu op ons duimpje.

We hebben daarom besloten om in de weekenden, de omgeving te ontdekken. Geen werken aan het bureau of aan de luiken. Het onkruid wieden is natuurlijk iets anders. Maar dat kan in deze hitte toch alleen maar ’s-ochtends vroeg of ’s-avonds na zeven uur.

Dus de daad bij het woord gevoegd, trokken we er afgelopen zaterdag (10 juni) op uit om een ‘Merovingisch altaar’ te zoeken.

Marcel had op Googlemaps gelezen dat we er in de buurt van Gaja-et-Villedieu, een konden vinden. Spannend. We rijden naar Gaja-et-Villedieu. Dat was de eenvoudige stap. Aangekomen in het mooie dorpje vertelde de GPS ons dat we op de plaats van bestemming waren aangekomen.
Maar waar dan? We zagen veel wijngaarden, dit is het gebied van de bekende Limoux bruisende wijn. Maar een altaar? Hooo maar. Omdat we toch in de buurt van Limoux waren besloten we bij de E.Leclerc boodschappen te doen en te tanken.

Marcel had inmiddels een meer precieze routebeschrijving gevonden.

Dus terug naar Gaja-et-Villedieu. De GPS gaf ons meer gedetailleerde instructies. En weer stonden we tussen de wijngaarden.
Maar deze keer bij de oprijlaan naar boerenwoningen en een erf. Ik stapte uit en werd begroet door een luid blaffende hond. Ik liep de oprijlaan verder op maar zag alleen maar een paar boerenwoningen. Er hing een landelijke stilte. Het was tenslotte lunchtijd! Marcel had inmiddels de auto geparkeerd en kwam naar mij toe. ‘En’? vroeg hij. Nou ik weet het niet. Kom en ga zelf ook eens kijken. Samen liepen we wederom de oprijlaan op en ja, we werden begroet door, dit keer, twee honden. Intussen ging een van de deuren open en een oudere dame vroeg wat we zochten. Wij weer uitleggen dat er hier een altaar zou liggen. Nou daar weet ik niets van, was het antwoord. Een paar minuten later ging er een andere deur open, een jongere man, waarschijnlijk haar zoon, kwam naar buiten. We zoeken een altaar en volgens Googlemaps zou deze in de bosjes aan de zijkant van uw woning liggen.
De man kijkt ons aan of we ons wel helemaal lekker voelen. Daar weet ik niets van – maar ik wil jullie met alle plezier rondleiden naar de plek. Waar we ook keken, geen altaar. Veel wijngaarden, want ja deze meneer is een wijnboer.

We hebben de familie hartelijk bedankt en hun een goede voortzetting van de maaltijd gewenst.
We zijn teruggelopen naar de auto vergezeld van de twee honden.

Wij zijn teruggereden door het ruige landschap. Terug naar ons dorpje en hebben onder het genot van een koele witte nog lang nagepraat over de dag.

Maartje