Auteursarchief: Marcel Michelson

Slagveld

Tja, het is even stil geweest op deze blog omdat we het een beetje druk hadden met het een en ander. Maartje kwam met het idee aan om naar het kasteel Champ de Bataille te gaan in Normandië. We hadden de richtingbordjes wel eens gezien en bij mijn cardioloog hangt een mooie foto gemaakt door zijn broer vanuit dat kasteel.
Maar waarom zou je een kasteel ‘slagveld’ noemen? Er zijn een aantal theorieën –- er zou in 935 een veldslag geweest zijn tussen lokale families en die slag werd gewonnen door Willem Langzwaard wiens troepen werden aangevoerd door Bernard de Deen, een voorvader van de Harcourt familie. Deze verklaring is het meest gebruikt. Maar het kan ook zijn dat de velden behoorden tot een familie Bataille, dat everzwijnen er vaak gevechten hielden of dat de naam verwijst naar een overwinning van de Harcourt familie over die van Tancarville (waarna één van de bruggen over de Seine is vernoemd).

Château du Champ de Bataille

Château du Champ de Bataille

Hoe dan ook, het was een gebied niet ver van de Seine monding en Rouen, op een hoogvlakte vol bossen en vruchtbare gronden dus het was een rijk gebied. Ene Alexandre de Crequi, een rebel een vriend van de troonpretendent Condé, wordt van het hof in Versailles verbannen door kardinaal Mazarin die de voogd was van de minderjarige Lodewijk de veertiende.
De Crequi laat een paleis bouwden in de splendeur van Versailles tussen 1653 en 1665. Maar hij gooit er zijn hele fortuin tegen aan en sterft met schulden. Zijn zoon doet niets aan het kasteel. In de achttiende eeuw wordt het kasteel aangeworven door de Harcourt familie –- het dorpje Harcourt ligt in de buurt en is een fraai stadje –- maar de Franse revolutie maakt een einde aan de nobele ambities en het gerestaureerde kasteel wordt geplunderd. Bij de terugkeer van de monarchie wordt her verkocht en kent enkele eigenaren tot het in 1944 een oorlogsgevangenis wordt en later een gevangenis voor vrouwen. Daarna, in 1947, krijgt de Harcourt familie het weer als tegoeddoening voor de vernietiging van hun kasteel Thury-Harcourt tijdens de bevrijding in 1944. Ze verkopen het weer in 1982 aan de persoon die ook de plaatselijke golfbaan stichtte en in 1992 wordt het gekocht door de architect Jacques Garcia (hotels Royal Monceau in Parijs en La Mamounia in Marrakech, het interieur van de Tour Montparnasse). Enfin, de broer van doktor Marc Sander, Eric, is bevriend met Jacques Garcia en heeft er een fraai fotoboek over gemaakt.

Het was een fraaie dag toen we er heen reden over kleine weggetjes door de velden en langs interessante kerkjes, dorpjes en kasteeltjes. Toen we er eindelijk waren bleek het kasteel dicht gedurende de winter….We hebben geluncht in Neubourg en zijn weer naar huis gegaan. Toch een mooie dag.

De dag daarna hebben we een lokatie bezocht voor het Oranjefeest van de Nederlandse vereniging waar Maartje al jareb bestuurslid van is en ik sinds enkele maanden de interim voorzitter. De zaal is in het Parc de la Vilette, waar we vroeger niet ver vandaan van woonden, en het lijkt een geschikte plek. We hebben ook een frituurkraam kunnen regelen, en een kaasleverancier, wellicht ook haring. De band is nog open…en dan moeten we ook 400 kaartjes zin te verkopen.

Op Maandag had Maartje vrij en zijn we naar mijn sport gaan eten in een nieuwe zaak, John Weng, een Asiatische brasserie, heel modern en “Londons” volgens Maartje. We hadden er een lunchbox in een grote mand ( een soort Bento, wat erg “in” is) en het was heel aardig.
Die avond een kleine bestuursvergadering van de vereniging maar het besluit over het feest hebben we nog even uitgesteld tot een andere week als er meer mensen bij zijn. De rest van de week hebben we beiden hard gewerkt. Op zaterdag hebben we in Parijs een citruspers gekocht en een nieuwe printer voor de computers en op zondag hadden we een lunchafspraak met een oud collega van Marcel, Mathieu Robbins. Hij is ook weg bij Reuters en is nu huisbaas –- zijn familie heeft geld –- en geeft cursussen journalistiek over de hele wereld voor de Reuters Foundation (nice job if you can get it…) Hij is een foodie en veelvraat en genoot op de markt en in Café de l’Industrie. Een kennis, Isabelle Lagrange, kwam ook naar ons toe en met z’n viertjes hebben we de kapel van het kasteel van Saint Germain bezocht voordat ze weer door de regen naar de RER en Parijs gingen.

Lyons-La Foret

Lyons-La Foret

Zaterdag lijkt al weer lang geleden. Het was een mooie en zonnige dag terwijl het nu regent. Dus nu ik even pauze heb denk ik even terug.
Maartje had het stadje uitgezocht want het heeft een lange historie. W zagen het af en toe aangegeven staan op de snelweg naar Rouen en verder. De Engelse koning, een hertog van Normandië in die tijd, Henri I Beauclerc stierf er in 1135. Het ligt in een van de grootste bossen van Normandië en de adel kwam er graag jagen. Richard I en Philippe Auguste strijden om het dorp en de streek of bij het Engelse Normandië of het Franse Vexin te houden. In 1436 breken de Engelsen het kasteel af. Later is er een brand die het dorp verwoest. Het wordt in de 17de eeuw herbouwd en het huidige drop heeft nog veel van die karakteristieken met vakwerk huizen en een fraaie markthal.
We reden binnendoor, niet via de snelweg, de auto zoefde gruisloos over de wegen, de radio stond aan met leuke muziek en we genoten van de tocht.
Het dorp zelf is niet groot maar aardig, één van de mooiste dorpjes van Frankrijk.
We namen de lunch bij het restaurant de la Halle en hebben daar heel goed gegeten voor een relatief schappelijke prijs. Na de middag hebben we even de Abdij van Mortemer aan gedaan en naar het kleine riviertje de Fouilebroc gekeken. We zagen een grot oorlogsmonument in het bos maar konden niet zien of vinden wat er gebeurd is. Maar aangezien het een groot bos was zal er wel veel “maquis” verzetstrijders in het bos verborgen zijn geweest en ook wel gevonden en gedood.
Terug weer via de kleine weggetjes, we werden met veel geluids geweld ingehaald door sportwagens die daarna kilometers lang steeds weer een klein stukje voor ons stonden voor de stoplichten dus hun riskant inhaal pogingen op slingerweggetjes met tegenliggers was complete onzin en overbodig. Zij namen bij Gisors de snelweg, om in de file te staan, terwijl onze GPS met verkeersdrukte indicator ons binnendoor langs de Seine naar huis leidde.

Leuk leuk.

Kerstmotomannen

Dagje Dieppe

Even er uit. Het was droog met wat wind. We pakten de auto en gingen naar Dieppe en zouden nog voor het einde van de markt kunnen aankomen.
De tocht ging voorspoedig, wel wat tegenlicht met laaghangende zon in deze maand. Onderweg belden we om te reserveren in een favoriet restaurant, le Turbot, maar ze zaten vol.
Toen we daar een paar jaar geleden voor het eerst naar toe gingen kon je nog op goed geluk langs gaan en een tafel vinden. Maar vanwege het succes moet je nu dus zelfs in het naseizoen boeken. Tja. Zo is ons plan op met oud-en-nieuw naar Granville te gaan ook in het water gevallen want beter georganiseerde mensen hadden alle kamers en gastenverblijven geboekt.
In Dieppe vonden we een parkeerplek bij het nieuwe droogdok waar plezierjachten op drie verdiepingen kunnen overwinteren. Op weg naar de markt zagen we een restaurantje op de hoek van een straat liggen waar we we eens gekeken hadden. De kaart was interessant en de prijzen vielen mee dus we hebben daar maar geboekt.
Op de vismarkt was het druk. Er lagen mooie grote vissen, jakobsschelpen en ik zag een berg zwemkrabben die we hebben gekocht. Ook wat wulken en een tong. Op de weekmarkt hebben we kaas gekocht en een kilo roze knoflook.
Op de pier was een foto shoot gaande van dames met trouwjurken (met leren of bont jassen erover vanwege de koude) en er was opeens een enorm kabaal. Dat bleek een grote stoet van motorrijders te zijn die allen als kerstman waren verkleed. Maartje heeft een serie foto’s gemaakt van de veerboot die uit Engeland kwam aanleggen.
Het eten in La Cale was heel aardig. Maartje had een goed gevulde vissoep en ik een salade van lauwwarme jakobsschelpen. Daarna had zij een zeebaars en ik kabeljauw met een Dieppoise saus (garnaal, mosselen, champignon en crème). Het was leuk opgediend met een groente garnituur van zoete aardappel en pastinaak. Als dessert een appel in bladerdeeg (Douillon Normand). De chef, Pierre-Yves Lebiez, kan er wat van! Het restaurant was schoon en netjes en leuk ingericht. Ik hoop dat ze het net zo druk krijgen als Le Turbot (dat goedkoper is en minder netjes maar een heel leuk buffet heeft met voorgerechten). La Cale is verfijnder.

Assassinat Duc d'Orléans

Salon, feest en wandeling

Maartje had vrijdag toepasselijk vrij om nog een beetje compensatie te krijgen voor de weekeinden die ze aan de OECD Economic Outlook heeft gewerkt en we zijn naar de Salon Saveurs des Plaisirs Gourmands gegaan in het Espace Champeret aan de périphérique in het 17de. We hadden verscheidene uitnodigingen voor dit evenement waar je eigenlijk voor betalen moet (maar wie doet dat, alleen diegenen die niemand kennen van de aanwezige producenten).
Het was druk, vooral de grijze golf want de werkenden werkten. Een drietal enorme hallen vol met kraampjes die elk hun specialiteit aanprezen. Uiteraard was er concurrentie. We hebben hier en daar wat geproefd en lamsvlees bij Allaiton gekocht (één van ‘onze’ adresjes) als wel slakken uit de Jura en wat chorizo en Bayonne ham bij een Bask. Maar de Baskische pepertjes, vis conserven, honing, koekjes, saffraan (Oct8bre was er maar we hebben nog saffraan van haar), worsten, nog meer worsten en foie gras in alle soorten en smaken, hebben we laten liggen.
We zijn te voet naar Etoile gelopen voor de terugweg.
Op zaterdag zouden we eigenlijk kerstliederen gaan zingen bij de familie Jolly. Claire is een collega van Maartje maar nog meer van Anita en verleden jaar waren we daar met Anita en Jimmy. Maar Jimmy moest die avond optreden in een feesttent in de buurt van Chambourcy. Eerst zouden ze eerder weg gaan van het zingen en toen belden ze af. Het gevolg was dat het hele zingen niet doorging dus wij waren ook een deel van het programma kwijt. Dat hebben we gedeeltelijk opgelost met een Aziatische soep in het dorp (aardig maar niet goed) en het kopen van een soort suikerbrood bij een bakker die we nog niet kenden.
Die avond gingen we ook naar de feesttent, wel zoeken in het donker en op het platteland maar met een goede beschrijving en een GPS kwamen we er.
Er waren een veertigtal mensen, er was eten maar dat werd nogal laat geserveerd dus we hadden ons al vol gegeten met stukjes pizza en worst in bladerdeeg (=slecht voor het dieet) voordat de koude zalm met pasta, daarna koude kip en een soort varkensrollade en daarna warme runderrollade (rosbif), en weer daarna kaas en een dessert. Daarbij was er heel veel champagne en wijn maar vanwege de auto heb ik geloof ik wel drie flessen water gedronken. We hebben leuke mensen ontmoet en reden tegen middernacht weer naar huis, met een ingepikte fles rosé om thuis te drinken.
De zondag stond in het teken van een wandeling met de Nederlandse Vereniging. Onder leiding van een gids waar we wel vaker mee lopen, Jan-Anne de Wilde (Jean André in het Franse verkeer). Dit keer via de resten van de stadsmuur die door Philippe Auguste werd opgericht ter bescherming tegen de Engelsen (die Normandië hadden). De Plantagenets waren toen aan de macht in Engeland (maar de familie kwam uit Anjou en France) en de Capets in Frankrijk. Philippe Auguste gaf opdracht de muur te bouwen, en dat gebeurde tussen 1190 en 1215, voordat hij zelf op kruistocht ging.
Op sommige plekken kun je nog resten van de muur zien of op zijn minst het tracé in de straten en kavels, of op zijn minst in de richting van de schoorstenen bovenop gereconstrueerde panden. Zo is er een tuintje achter de oude muur, en nu achter het Joods Museum in Parijs dat het Hotel de Saint Aignan was, waar een stekje van “de kastanjeboom van Anne Frank” al een aardige boom is. Het bordje is weggehaald omdat er teveel anti Semitische graffiti op kwam.Eerder zagen we graffiti uit de periode van Napoleon III in de kerk van Saint Paul en Saint Louis “De republiek of de dood” dat na een paar honderd jaar van schoonmaken nog steeds te zien is. Naar verluidt zijn er op de tribunes boven, waar de leerlingen van de Jezuïetenschool (nu het vooraanstaande Lycée Charlemagne) al hun namen en liefdes kerfden, nog meer graffiti..
We maakten ook een interessante stop in de toren van Jan zonder Vrees, hertog van Bourgogne, die op de fundamenten van de muur was gebouwd. Die Jan is weer van een latere periode. De zoon van Filips de Stoute verwon de naam “zonder vrees” door zijn roekeloze opstelling in de strijd met de Ottomanen toen de kruisvaarders bij Nicopolis werden verslagen door sultan Bayezid I.

Omdat koning Karel VI vlagen van waanzin had, was er een koninklijke raad die dan regeerde. Jan’s vader was de sterke man in die raad maar Jan zelf delfde het onderspit tegen Louis van Orleans en er ging meer geld naar de Orleans dan naar de Bourgognes. In 1407 wordt Louis vermoord door een aantal huurmoordenaars in een sluipingang van de muur van Philippe Auguste. Daardoor breekt er een “clan oorlog” uit tussen de Bourguignon en de Armagnacs. In 1419 wordt Jan op zijn beurt vermoord door handlangers van de Armagnacs terwijl hij op een brug over de Yonne naar een vredesbespreking ging met de “dauphin”, de kroonopvolger.
Overigens is de directrice van de Toren van Jan zonder Vrees een hele interessante en dynamische dame die veel van haar vak en de geschiedenis weet. Een later bezoek waard, wellicht met mijn broer Edwin (van Henegouwen, Beieren en Bourgondië, alias de Langloper van Lampengat)
Na de wandeling nog even nababbelen in een café bij de Hallen, toen naar ons stadje waar we crêpes aten in de Phare de Saint Louis, maar dat is weer een andere historische periode en, in dit geval, een samenraapsel. Er zijn pannenkoekenzaken met dezelfde naam in Versailles en Montigny-les Bretonneux (vanwaar de Bretonse link?), er is een Port Saint Louis in Bretagne en een vuurtoren Saint Louis in Sète, maar een vuurtoren van Saint Louis in Bretagne….
Enfin, de crêpes waren aardig, alleen het personeel droeg kerstmutsen…

Te veel wijn?

Dit weekeinde was in Parijs één van de grootste wijnbeurzen, le Salon des Vignerons Indépendants, en we hadden een aantal uitnodigingen van wijnboeren waar we wel eens wat kochten.
Toch zijn we niet gegaan. Het Porte de Versailles complex is wel zo erg groot dat je door het bos de bomen niet meer ziet, en uiteindelijk links en rechts wat drinkt en aan het einde van de dag niet meer weet wat je lekker vond.
In plaats daarvan zijn we de stad in gegaan naar onze ‘oude’ buurt. Eerst de kerstmarkt bij het Gare de l’Est en daarna wat rondlopen in de Faubourg Saint-Denis en Poissonnière. Daar zijn allerlei nieuwe winkeltjes en restaurants, een beetje meer ‘up-market’ dan daarvoor, zoals een luxe hamburgerzaak (Pars New York) of een Masterclass atelier van banketbakker Christophe Michalak.
We stopten voor de lunch Chez Jeanette en daar hadden we voor 13 euro een groot bord met Saucisse de Toulouse en aardappelpuree met truffel. Dit alles leuk opgediend. De worst was bijvoorbeeld schuin gesneden.
Inmiddels hadden we contact gehad met Jimmy en Anita. Die kwamen bi ons eten en namen een côte de boeuf mee. Ik heb een risotto gemaakt met cèpes en Epoisses kaas. Vooraf een stukje paté van de kerstmarkt, met marc de gewurztraminer, na wat kaas en een peer uit siroop.
Daarna hebben we kerstliederen gezongen om ons voor te bereiden op 7 december voor een ‘Sing-along’ bij de familie Jolly.
Na het zingen naar de Manège waar een Keltische avond was die dit jaar minder was dan de afgelopen keer.
Op zondag het gebruikelijke trio markt, park en Café de l’Industrie. Er was rundvlees als dagschotel, een filet met champignons, of zeebaars met risotto. Gezien de goede boeuf van de dag ervoor, en de risotto, hebben we dat maar niet gedaan.

poppenkast kijken

Feesten

Er zijn zo van die weekeinden dat je blij bent wanneer de werkweek weer begint, want dan kan je wat uitrusten….
Dit was er zo een. De dagen hadden als thema feesten. Op vrijdagavond gingen we na het eten naar Café l’Industrie om de Beaujolais Nouveau te drinken en naar muziek te luisteren. De wijn was er als sinds donderdag en we hadden al wat voorgeproefd..
Op zaterdagochtend gingen we met de auto naar Parijs om bij de Hema in Les Halles snoepgoed op te halen voor het Sinterklaasfeest. We reden onder La Défense door en over het Etoile verkeersplein en de Champs Élysées waar een kerstmarkt is. Nu ligt die Hema niet aan een verkeersweg dus we moesten proberen er zo dicht bij te komen in een voetgangersgebied en ik heb de auto in een stukje straat bij een omheining kunnen plaatsen, met een A4tje voor de ruit van de Q5 om te zeggen dat we bij de Hema waren.
Daar werden we ontvangen door de assistent bedrijfsleider en naar het magazijn meegenomen waar een stapel dozen en zakken op ons wachtten. Die zijn op een pallet met wieltjes naar de auto gebracht en ingeladen.
We konden alleen niet terugrijden zoals we gekomen waren. Het is één-richtingsverkeer en er was een scheiding tussen de rijbanen waar zelfs een 4×4 niet overheen kon. Dus doken we in het wegendoolhof onder de Hallen.
Je moet namelijk weten dat het winkelgebied van Les Halles nogal diep is. Daaronder liggen dan ook nog eens metrolijnen en een treinstation en de vele rioolbuizen en ander toe- en afvoer pijpen. En er zijn garages en wegen; doorgaande wegen zoals die van het Louvre naar Rambuteau, maar vooral aanvoerwegen voor de laadplaatsen van de vele winkels in het centrum daar die over vijf ondergrondse verdiepingen verspreid zijn.
Het huidige ‘Forum des Halles’ rees op uit het grote gat dat achtergelaten werd naar de afbraak van de markthallen van Baltard die in 1851 geopend waren door Napoleon III en die door Emile Zola “de buik van Parijs” genoemd werd.
Hier waren de vleesmarkten, de vis kramen de groente hallen – alles wat de stad nodig had om te verteren. Beneden de verkoophallen was al een doolhof van ruimtes waar dingen werden opgeslagen of verwerkt. In het boek De Buik van Parijs beschrijft Zola die wereld van armoede, inventiviteit, strijd en welvaart.
In 1969 sluiten de Hallen en de activiteiten gaan naar Rungis, buiten de stad. Tien jaar later opent het Forum des Halles.
Nu is ook dat verouderd. Boven de grond wordt een gigantische overkapping, La Canopée, gebouwd van beton en veel metaal en glas. Aan de onderkant wordt ook het verouderde beton veranderd en vervangen en, uiteindelijk, de tussenliggende winkellagen ook.
Wij reden dus door hoge gangen met veel afzettingen en bouw werkzaamheden. Er waren wel wat aanwijzingen maar zonder de GPS waren we er wellicht nog aan het rondrijden. Uiteindelijk kwamen we boven de grond waar we erin gegaan waren, maar dan wel op de goede rijrichting.
Inmiddels waren andere vrijwilligers van het Sinterklaasfeest cadeautjes aan het inpakken in de voorstad Fontenay-sous-Bois die op zondag naar de feestzaal moesten komen. We hadden nog plaats in de auto dus we zij er naar toe gegaan en hebben alvast een grote lading cadeaus meegenomen. Allemaal naar onze garage in Saint-Germain-en-Laye.

Die avond waren we genodigd om bij onze vrienden Jimmy en Anita aan het Thanksgiving diner mee te doen. Ze hadden verschillende tijden opgegeven aan hun gasten dus toen we om zeven uur, precies, aan klopten waren er al Fransen die op zes uur waren genodigd. Meestal zijn we de eersten.
Sophie was er uit Normandië, met zoon Luca en dochter Amber. Ze had haar zoon al voor dat ze Frederic leerde kennen en zijn twee dochters.  Amber is van hun beiden maar nu zijn ze, sinds kort, weer uit elkaar. Sabine was er met dochter Canelle, 12, die haar vriendje bij zich had. Vivien was er met vrouw JuJu terwijl broer Yves zonder zijn vrouw Sandrine was, vanwege echtelijke strubbelingen, en met Sophie zat te flirten.
Er was champagne en veel wijn, zingen en muziek, kalkoen met kastanje en zoete aardappel, kazen, twee taarten….We liepen na elven weer naar boven.

De zondagochtend vroeg op en in de auto, nog lichtelijk licht in het hoofd, naar de Salons Hoche om de cadeaus en snoepgoed en broden af te leveren en de zaal te gaan opbouwen. Er kwamen steeds meer vrijwilligers en spullen bij en tegen half een hadden we alles klaar, we hadden broodjes gegeten en Sinterklaas en de Pieten werden in een bovenzaaltje geschminkt.

Na half twee kwamen de ouders met kinderen, eerst druppelsgewijs en daarna in een flinke stroom. Meer dan 100 kinderen met ouders en andere familieleden, slechts twee families kwamen niet – één was ziek en één andere vanwege een sollicitatiegesprek (op zondag…)
Om kwart over twee, iets achter op schema, hield ik als voorzitter een inleidend praatje voor de kinderen (met Sint en tellen en bedplassen..) en gaf het over aan de poppenkast.

Daarna kwam de Sint, toen waren er spelletjes, daarna cadeautjes en toen was het over na vieren…Afschminken, opruimen en afvoeren.

Phew, wat een dag. Die avond maar bij Ghandi gegeten.

Mandarijn

IJverig

Dit weekeinde zat Maartje gewoon op kantoor, net zoals de week daarvoor en de komende dagen, omdat de OESO de World Economic outlook op dinsdag gaat presenteren en dat hele document in twee talen pico-bello moet zijn, qua tekst en tabellen, en door allerlei personen en instanties goedgekeurd en becommentarieerd moet worden. Daarnaast is de vader van haar collega overleden dus die viel ook wat dagen uit.
Daarom zijn we dit weekeinde niet naar het Haringfeest van Dieppe en Fécamp geweest, als we in de drukte al plek hadden kunnen vinden voor de auto en wellicht een slaapplaats.
Ik ben wel op zaterdag naar een boot in de Seine gegaan, Peniche le Marcounet, waar VinSurVin een salon hield. De naam van de blog komt, denk ik, van de uitdrukking “vingt sur vingt” (20 uit 20) wat heel goed is (in de Franse scholen geeft men cijfers tot 20). Heb je het goed gehoord? Ja, twintig op twintig. De schrijver Fabrice Le Glatin was een leraar Engels met een liefde voor wijn en is nu een wijn schrijver. Ik heb hem op de boot gesproken, geloof ik, maar we hebben geen adressen of namen uitgewisseld, alleen gesproken over de Pomerol van Château Gombaude Guillot. Hij proefde truffel in die wijn, wellicht de 2006, ik niet maar wellicht eet ik niet vaak genoeg truffel.
Ik kwam er Daniel-Etienne Defaix tegen die me een aantal glazen van zijn heerlijke Chablis liet proeven (geen spuugbeker bij hem…). De oogst dit jaar is slechts 30 procent van het voorgaande jaar vanwege het weer enzo. Hij houdt de prijzen onveranderd, ondanks hogere kosten, en houdt angstvallig zijn trouwe klanten vast. Binnenkort gaat hij weer op tournee in Azië, hij is daar al 12 maal geweest maar de laatste vijf jaar niet.
Het gaat slecht op het platteland van Frankrijk, zei hij, met sluitingen van fabrieken en kleine winkels zoals de bakker, de enige taxi, enzovoort.
De laatste keer dat we in Chablis waren hebben we hem niet ontmoet maar wel wijn gekocht en toen zag Maartje een hele mooie poster. Die zat met plakband vast in het restaurant en hoewel ze het ons aanboden hebben we het laten hangen. Op de boot had Daniel-Etienne er een paar bij zich en ik ben er met een naar huis gegaan die ik voor Maartje in een lijst heb gedaan. Waar we het gaan ophangen is een later probleem.
Op zaterdagavond, toen Maartje eindelijk thuis kwam, hebben we in l’Industrie gegeten. Op zondag, wederom alleen, heb ik verder gewerkt aan foto’s maken met een zelfgemaakte licht reflector met aluminiumfolie, en wat werk voor de Nederlandse Vereniging voor Parijs en omgeving waar ik de interim-voorzitter ben. Volgend weekeinde halen we de Sint binnen en ik heb de website and Facebook pagina’s bijgewerkt en een verslag gemaakt voor de vergadering van maandag betreffende prijsopgaven van andere drukkers voor ons blad Onder Ons, en het invoeren van ons nieuwe logo.
Wellicht straks nog wat rennen.

Lezen in het herfstzonlicht.

Heen en weer naar de Ariège

In Frankrijk is 11 november een vrije dag. Niet om Prins Carnaval te benoemen maar vanwege de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog. Ik lees momenteel een interssant boek over die tijd, en het gesjoemel met de levende en dode helden soldaten. Het boek heet “Au revoir là-haut” (tot ziens daarboven) van Pierre Lemaitre en het heeft de Goncourt prijs van dit jaar gewonnen.
Voor ons was het aanleiding om naar het zuidwesten te gaan bij tante Emma en om ook een stop te maken om te zien hoe het gaat bij Hans en Siranouche.
Er zitten wel wat kilometers tussen Saint-Germain-en-Laye en Lagarde, meer dan 750, en dus zaten we tamelijk lang in de auto.
We vertrokken vroeg, maakten af en toe een stop, we hadden gekookte eieren aan boord en de middagmaaltijd was brood met kaas bij de Aire van Briance-Ligoure, ten zuiden van Limoges. Bij Toulouse belden we naar Emma, die ons al met het middageten had verwacht omdat ze er vanuit ging dat we de vorige avond al waren vetrokken. Communicatiefoutje, lesje geleerd.
In Mirepoix hebben we nog inkopen gedaan bij de supermarkt, omdat het een lang weekeinde werd en de winkels daar dicht zijn, en zijn in de avond met Emma naar een klein restaurant in Mirepoix gegaan, Chantefable.
Naast de zaak was een pastabar geopend in de ruimte waar een viswinkel was en het bleek de zoon van de restauranteigenaar te zijn. In het restaurant kon je nu ook pasta gerechten bestellen. Dat was aardig maar de muziek uit de pastabar was een beetje te duidelijk te horen. Emma ging voor eendenborst terwijl Maartje en ik de cassoulet kozen. Dat komt uit die streek en staat altijd op het menu maar in de zomer, wanneer we hier vaker zijn, kiezen we niet zo’n zwaar gerecht met bonen. Deze was heel aardig en niet te uitbundig met een stukje gekonfijte eendenpoot en worst. Er was een rijke en kruidige saus op tomatenbasis.
Bij Emma thuis gepraat en gelezen en haar stapsgewijs laten wennen aan mijn oude Ipad. Met 85 gaat Emma nu ook het Internet tijdvak in.
Op zondag was er een markt in Mirepoix met antiek en bomen (ooit zal die combinatie logisch geweest zijn, het is wellicht tijd om bomen te planten), we namen de lunch in de gezellige brasserie Castignoles, vernoemd naar een familie die minstens sinds 1808 in Mirepoix woont. Emma nam kip, Maartje en Toulouse worst en ik een salade met bloedworst en paté (onderdeel van mijn ‘light’ dieet, ik ben in dit weekeinde twee kilo’s lichter geworden)
Daarna in Lagarde weer wat uitrusten, praten en lezen. Voor de avond had ik een Boeuf Mirepoix gerecht verzonnen en klaar gemaakt.
Maandag na het ontbijt weer op weg naar Ussel. Bij Hans en Siranouche stond het gras hoog en lag het zwembad vol met bladeren. Hans heeft wat apparaten voor houtbewerking erbij en we hebben geprobeerd met Siranouche een probleem met de wifi op te lossen. Orange heeft ongevraagd de wifi voorwaarden veranderd waardoor gasten niet meer met een pascode op het netwerk kunnen komen maar een Orange gebruikersnaam nodig hebben. Dat is niet handig voor een gîte waar buitenlanders op bezoek komen en er moet nu wellicht een ‘router’ worden aangeschaft om een privé wifi-netwerk te creëren en aan de gasten te presenteren. Hans had een lunch gemaakt van reepjes varkensvlees met een saus met drie soorten mosterd en paprika. De honden hielden zich relatief kalm, ze worden wellicht wat wijzer.
Tegen vieren gingen we weer op weg. Het was droog en waaide minder dan op zondag. Het rijden ging redelijk goed. We hebben bijgetankt bij een grote supermarkt ten zuiden van Uzerches – een stadje waar we wel eens een overnachting stop maken – omdat het daar relatief goedkoop is.
Toen viel al vroeg de donkerte in. De nieuwe auto heeft beter licht dan de Golf en het regende niet maar ik rijdt liever overdag of met straatlampen. We waren laat gaan rijden om geen files bij Parijs te hebben omdat het druk was die dag. We zijn wat vaker dan normaal gestopt, hebben bij de aire La Ferté Saint Aubin een stuk brood met ham gegeten (en wat chips en chocolade gekocht) en kwamen tegen tienen thuis aan. Inderdaad zonder file, maar wel redelijk vermoeid. We hebben maar een flesje Cahors wijn geopend die we gekocht hadden bij Mémé.