Kerkhof van Varengeville-sur-Mer

Weekeindje uitwaaien

De auto bracht ons weer eens naar de Normandische kust waar we een stop maakten in Varengeville-sur-Mer. Een klein gat hoog op de krijtrotsen, maar met een kerkhof met uitzicht op zee waar Georges Braque ligt begraven, met zijn vrouw Marcelle Lapre, die hij ooit als model had ontmoet.
Onze vriend Fons had daar eens mooie foto’s gemaakt.
Er is ook een grote Engelse landschapstuin maar we vonden de entree prijs te hoog voor even een wandelingetje. We hadden een tafel besproken in Auberge du Relais en hadden een smakelijke maaltijd met zeevruchten en daarna St Jakobsschelpen met appel en karamel.
Daarna reden we door naar Saint Valéry en Caux, een stadje waar we wel vaker komen en waar we een goedkoop hotel hadden besproken, maar we hebben eerst een stop gemaakt in Veules les Roses. De oesterbank was gesloten maar we hebben er een leuke wandeling gemaakt, met de regenjas aan tegen de wind.
In Saint Valéry zijn wat zaakjes gesloten en nieuwe geopend. Zo konden we in een cave Belgisch bier drinken en Pommeau en Calvados kopen terwijl we aten in een modern en nieuw restaurant aan de kade, La Criée du Pequeu. We hadden oesters uit Veules, toch nog, een een vispotje met mossel, garnaal en een zeeduivelachtige vis gezien de graat. Geen kaas of dessert in de avond.
De volgende dag was het nog steeds redelijk weer. De vissers hadden hun kraampjes nog niet opgezet toen we met de auto langs de kust naar Fécamp gingen langs dorpjes als Veulettes sur Mer en Saint Pierre en Port.

Maartje an de kust

Maartje aan de kust

Het was niet druk in Fécamp en we hebben wat langs het water en in de stad gelopen en zeevruchten gekocht voor thuis, alswel een Turbot. We kochten ook brood voor in de avond.
Daarna gingen we naar onze lunchafspraak Chez Nounoute. Een heerlijke tent, no nonsens en goed eten. Gelukkig hadden we gereserveerd want het was vol. We hadden een heerlijke vissoep en filet van Saint Pierre in een zuring/crème saus met gekookte aardappelen. Jammer dat het zo snel voorbij ging.

 

Onze verslaggever aan zee

Onze verslaggever aan zee

Ons Q5je heeft ons daarna weer vlot naar huis gebracht. Leuk, zo’n weekeindje uit. Nu de bulots en bigorneaux laten ontzanden in zout water en daarna koken met een kruidenbouquet. Onderwijl drinken we een cider gemaakt van enkel Rode appels, dat is toch een geel drankje.

 

Yeah!

De tien kilometer van Parijs

Ik heb wel eerder periode’s gehad dat ik wat aan hardrennen deed. Zoals in het bos van de Gentiaan voordat ik naar Amsterdam vertrok naar de universiteit waar ik het kroeglopen leerde.

In Londen in Richmond Park, in Parijs bij de Buttes Chaumont, in Zurich langs het meer, ik deed het wel eens maar het kon me niet echt boeien. Ook het race fietsen was aan vlagen onderhavig.
Maar het is nu als zo’n vier jaar dat ik regelmatig naar de Zweedse gym ga, Friskis et Svettis, en de laatste tijd wel drie keer per week.
Toen we pas in Saint-Germain-en-Laye woonden wilde ik weleens naar het park lopen om te rennen, maar meestal was ik al doodop voordat ik bij de poort van het park aangekomen was.

Het enthousiasme van mijn marathon rennende broer Edwin was aanstekend en ik nam het lopen weer op. Tot mijn verbazing kwam ik verder dan het begin van het park. Toen kwam het lange terras langs de rand van het park, een recht stuk van bijna twee km. Eerst half, dan helemaal, dan heen en weer, toen wat bos er bij en zo verder.

Na wat weken had ik een metertje op mijn Ipod dat me in Mei vertelde dat ik 13,5 km had gelopen (gedurende twee uur). Toen moest ik nieuwe schoenen die beter waren. Daarna kwam een GPS horloge voor nauwkeurigere metingen (waarmee ik die 13,5 km nog niet heb kunnen overtreffen) en een draagriem met kleine flesjes vocht. Ik liep gauw één tot twee keer per week, bovenop de gym. Nu heb ik ook wel tijd op het moment.

Toen kwam er een aankondiging van een 10km race in Parijs en ik schreef me in. Ik had een doel. Ik ging eerst proberen om die afstand te halen, en liep een aantal keren 12 tot 12,5 km zonder neer te vallen. Daarna probeerde ik de snelheid op te voeren want bijna iedereen liep me voorbij in het park, van de rokende beneden buurvrouw tot grijzende bejaarden. Dan heb ik het nog niet over de jeugd en gespierde zwarte mannen die als een speer voorbij kwamen.

Via Nike waren er trainingssessies waar je voor kon kwalificeren als je kon bewijzen een bepaalde afstand gelopen te hebben.
De avond dat ik meedeed bij de Nike winkel bij Bastille moest ik zes km hebben gerend en we gingen diezelfde afstand doen. Maar de start was voor mij veel te snel, en we liepen gewoon over de stoep door de drukte, dus ik hield na slechts twee km op. De hartslagmeter gaf ook aan dat ik te snel liep voor mijn doen.

Om beter te kunnen lopen had in me ingeschreven bij Challenge Coach voor een sessie persoonlijke begeleiding. Het duurde lang voor ik een antwoord kreeg. Toen werd ik gebeld door Nicolas, die zou regelen dat ik werd gebeld door Régis, maar die viel ook af en toen kwam Bula.
We maakten een afspraak voor een donderdag om te rennen in een atletiek stadion. Echter, op de ochtend van de afspraak SMSt hij af want z’n zoontje was ziek van school terug gekomen. Een week later dan…op de donderdag voor de race.
Ik kon eerst het stadion niet vinden, toen bleek het dicht. Bula kwam op een kleine step. Hij is een enorme zwarte man, type discotheek uitsmijter. Maar dan aardig. Gedurende een uur heeft hij me allerlei oefeningen laten doen in een klein stadsplantsoen naast het stadion en de renbeweging in stukken gedeeld en doorgesproken.
Ik heb betaald, hij zou me een trainingsschema mailen en me opbellen voor en na de race. Ik heb nooit meer van hem gehoord.

Die vrijdag ben ik niet naar gym gegaan maar heb ik wel mijn startnummer opgehaald en op zaterdag hebben we wat in de stad rondgelopen en licht gegeten.
Vroeg op zondag zat ik aan brood met ham en stroop, ik had bananen en een fles water in een tas en Maartje ging mee naar de start.
Daar kon ik me omkleden en wachten met duizenden mensen totdat de kinderen en de VIP renners waren gestart (en de kinderen al weer terug waren). Ik stond in het hok voor de mensen die er dachten meer dan een uur over te doen. Tijdens de laatste training op dinsdag, nog zonder loopadvies, had ik 93 minuten nodig en ik had 90 minuten als doel gezet.
Het startschot ging en een zee van zes duizend mensen met witte T-shirtjes kwam op gang.

Het was een mooi moment, we liepen richting de Opéra en ik had tranen van emotie in mijn ogen.
Die werden gauw vervangen door zweetdruppels. De eerste km ging wat stroef en het was druk maar toen ik in de rue Rivoli was werd het al minder druk omdat ik niet een van de snelste was. Volgens mijn horloge liep ik sneller dan gewoon, dus ik besloot ietsje rustiger te lopen om de afstand te kunnen halen.
Elke twee km was er een tijdscontrole waar de chip op mijn schoen een piepgeluid veroorzaakte als ik over de sensors liep. Er waren steeds minder mensen om mij heen en toeschouwers aan de kant begonnen mijn naam te roepen “Allez Marcel!” omdat ik een sticker met mijn naam op het shirt had.
Om mij heen vielen mensen af, of namen een illegale short cut. Na de Porte Saint Denis was er een stijging in de rue d’Aboukir maar ik kon het makkelijk aan, in de rue Réamur was er een stand met bekertjes water en rozijnen, lekker. Een dame liep al een tijd op mijn hoogte maar die viel opeens weg.
Toen zag ik in de verte door een zijstraat dat het peloton al bijna terug was. Ik moest nog langs de Beurs door de rue St Marc, dan rue Vivienne, dan rue des Petits Champs en weer naar de Opéra, door de rue de la Paix waar ik moest versnellen om een fotoradar te activeren.

Op place Vendôme kwam een jonge meid naar me toe rennen van Nike, met een megafoon. “Herkent u mij nog? We hebben samen getraind!” En inderdaad, zij was een leidster bij de Bastille training met de Run75Crew.
Na de sprint even terug houden, toen links af de avenue d’Opéra in en het laatste stuk naar de finish. Rechts stond een groep mensen, ook van Nike, die een erehaag voor me maakten en mijn naam scandeerden. Nog een paar meter naar de finish, ik doe een halfhartige poging er nog een sprint uit te trekken en toen kwam de piep van de laatste controle.
De klok stond op 1:23, later bleek mijn tijd 1:21:06 dus 81 minuten, ver onder de 90. Er waren niet veel mensen achter me.

Maartje stond bij de finish met haar camera en mijn spullen, daarna kreeg ik een medaille en toen was het voorbij. Nog wat fruit en koekjes, handdoek, broek aan, sweater aan, terug naar huis. De vuilnismannen waren aan het opruimen, het verkeer kwam weer op gang.
Beetje vreemd, beetje moe in de trein, lekkere warme douche thuis en daarna een lunch bij l’Industrie nadat we op de markt werden aangesproken door een visboer die van z’n kreeft af wilde en een mooie prijs maakte. Terug in het normale, beetje gek.

Later bleek dat ik als de 5,659ste over de finish ging  en dat de winnaar minder dan de helft van mijn tijd nodig had, maar die was dan ook Frans kampioen op de 5 km. Ik had dus 361 mensen achter me, waarvan wellicht 300 mensen niet tot de finish kwamen. Ik wel.

Maandag en dinsdag rust en op woensdag ging ik weer naar de gym. Binnenkort maar weer rennen, ondanks de regen.

Marché Saint Quentin

Slenteren

Zaterdag was zo’n rustige herfstdag die vraagt om slenteren in Paris.
Het was een mistig begin, vanuit ons huis zag je de mist hangen boven de Seine. De kastanjes vallen als kogels zo hard uit de bomen voor ons huis. Zie foto van ons vorige stukje.
We gingen met de RER A naar het station Charles de Gaulle Etoille. Inderdaad, voor hen die Paris kennen ook wel bekend als de Arc de Triomphe.
Maar dit keer gingen we er niet uit maar namen metrolijn 2 naar Blanche. Dit station ligt naast de Moulin Rouge.
Hier begon ons slenteren. We liepen naar boven (zeg maar, heel ruw gezegd richting Sacrė Coeur), door rue Lepic met haar verzameling aan delicatessenwinkels, schoenenzaken, traiteurs, speciale groenten en fruit uitstallingen. Ons doel was de Comptoir Colonial, een zaak bekend om haar verscheidenheid aan gedroogde pepers, wij kochten er drie pakken Bucatini picolo nr. 14, onze favoriete spaghetti van De Cecco. Verder naar rue Veron, waar we neerstreken in de bar à vin Colibri.
Wie ons regelmatig volgt op onze tochten door P. heeft hier al vaker over gelezen. Het is een klein restootje (off the beaten track, dus vrijwel onbekend in het toeristencircuit). Waar de ‘lokalen’ eten. We raakten in gesprek met een 89-jarige man, een regelmatige klant, die door verschillende mensen werd begroet. Noem het een soort sociale controle, van hee, heb je Marcel vandaag al gezien voor lunch? Marcel is een veel voorkomende franse naam…. Tegen 14.00 vervolgden we onze ‘slenter’ via rue des Abesses naar een boekhandel aan de rue Yvonne Le Tac. Terwijl Marcel er rondsnuffelde ging ik naar een 2de-hands zaakje ernaast. Dit keer was er niets van mijn gading bij.
Marcel daarentegen kwam met een gelukzalige glimlach naar buiten. Via Boulevard de Clichy begon de afdaling naar het 9de arr., we begonnen in het 18de arr. Rue des Martyrs, een straat die afdaalt richting de Opėra Garnier, maar dit keer lieten we de fraaie creatie van Charles Garnier uit 1861 rechts liggen en vervolgden onze weg via rue Lamartine en rue Lafayette naar ons ‘oude’ quartier, in het 10de arr. dat ik nog steeds een warm hart toedraag. Via rue Chabrol, waar we woonden van mei 2008 tot juni 2011, naar de grootste overdekte markt van Paris, de Marchė Saint-Quentin. Het is een magnifiek gebouw met ijzeren dakspanten en dateert uit 1835. Toen de drukke Boulevard Magenta overgestoken naar het station ‘gare de l’Est’ om de terugreis, via het station Opėra, te aanvaarden.

De kastanjes vallen uit de herfstige bomen voor onze woonkamer

Herfst, haring, homo’s en muco

We kunnen natuurlijk niet elk weekeinde ver op stap gaan, hoe graag we dat eigenlijk zouden willen, maar er moet ook eens worden opgeruimd en schoongemaakt. Daarnaast wonen we in een fraai stadje en vlakbij Parijs.

Op zaterdag zijn we naar de stad gegaan om bloembollen te kopen voor in de bloembakken die nu in de kelder staan maar wel weer buiten kunnen hangen.

We gingen ook langs bij Bistrot Marguerite tegenover Hôtel de Ville omdat we daar op donderdagavond een Leiden’s Ontzet avond met haring en hutspot organiseren. ‘We’ zijn de Nederlandse Vereniging voor Parijs en omgeving waar Maartje al vele jaren bestuurslid is en ik sinds kort interim voorzitter ben (ik zat daarvoor in de kascommissie). De voorzitter had minder tijd en door een lichte bestuurscrisis trad de vice-voorzitter per direct af en toen werd voor een interim oplossing gekozen, ikke. Maar die vice-voorzitter zou wel het haringfestijn regelen dus ik moest wat borden in de lucht houden om scherven te voorkomen. Zo bleek opeens dat de haringen wel naar Parijs kwamen, maar dat ze van het vliegveld moesten worden opgehaald en in de vriezer van onze lokatie worden gedaan.

Met wat emailtjes en telefoontjes naar Nederland en Jordanië (waar iemand voor z’n werk was maar die persoon was wel als sleutelfiguur bij de haringzending betrokken), en met het betalen van een toch wel fiks bedrag, werden de haringen gered en voorkwam ik dat Leiden’s Ontzet tot Lijden op Toilet zou uitlopen. Maar we zijn nog niet op donderdag.

We hebben een straatdanser op het plein voor het stadhuis bekeken en de vele beelden op de voorgevel, daarna hebben we bij BHV in de kelder gekeken of er een messing lijst op de deur kan worden gezet (om beschadiging in het hout af te dekken) en daarna liepen we aan de andere kant de straat in richting van het Marais.

Nu is dat gedeelte van het Marais, bij rue du Temple en rue des Archives, het epicentrum van de Parijse homo scène en zie je vaak uitbundig uitgedoste heren rond paraderen. Die dag was er ook een geldinzamelingsactie voor een vluchtadres voor jonge homofielen die vanwege hun geaardheid door hun ouders op straat worden gezet. Dat is ook, helaas, nog Frankrijk anno nu (het op straat zetten). De actie werd opgesierd met bijvoorbeeld Mister France Leather 2012.

Op zondag gingen we naar de markt, aten we bij L’industrie en gingen we in het park kijken naar de jaarlijkse benefiet actie voor mucoviscidose, zeg maar ‘muco’ (taaislijmziekte). Er waren weer trekhonden en oldtimer auto’s waar je tochtjes in mocht meerijden. Het was droog, gelukkig. In de avond hoorden we weer de geluiden van het plaatselijke muziekfestival l’Estivale, dat ‘after party’s’ houdt in de Manège Royale, niet ver van ons slaapkamerraam…

Maartje test de druiven

Chablis, ma chère?

Maartje had een paar dagen vrijaf voor de grote drukte rondom de nieuwe economische outlook van de OESO en we hadden besloten naar Chablis te gaan. Dat ligt in het noorden van Bourgogne, minder dan 200 km van ons huis.
We hadden een gîte gehuurd in Maligny op de boerderij van meneer en mevrouw Jolly, die zelf ook wijn maken in de classificaties Chablis en Petit Chablis. De gîte was groot en schoon, ze lieten trots hun nieuwste druivenpluk machine zien voor de oogst die over een paar weken gaat beginnen. Die machine vervangt wel 40 plukkers en gaat door in de regen en in de avond.

Maligny is een klein gat met een groot château dat gerestaureerd wordt door particuliere eigenaars – momenteel een succesvolle plaatselijke wijn boer – maar vroeger woonde er adel.
Op de heenweg zijn we gestopt in Auxerre waar we een lunch hadden met Jean-Marie Marchal, een kennis uit mijn vorig leven die me heeft geholpen met verhalen in de streek. Daarna liepen we rond in de Middeleeuwse stad aan de Yonne rivier en zagen bruiloften bij het stadhuis (stijf Frans in kleding op straat terwijl door de ramen het ululeren klonk van gasten bij een paar dat kennelijk Marokkaanse of Algerijnse wortels had), en er was ook een trouwdienst in de kathedraal.
Op zondag was er in Chablis markt en we zijn naar Tonnere gereden, ook hebben we een wandeling door de wijngaarden gemaakt. Op Maandag gingen we naar het kaasstadje Epoises en reden we via het kanaal van bourgogne weer terug met een stop in Chitry waar we bij Olivier Morin wat wijn kochten.
De dinsdag hebben we gegeten in het restaurant van Daniel-Etienne Defaix, waar we ook wijn kochten, en we hebben geproefd en gekocht bij Stephane Moureau Naudet in de kelder. Moureau Naudet verkoopt zijn wijnen na twee jaar rijpen en hij is heel kieskeurig op de druiven en de selectie. Bij hem geen oogst machines maar groepen plukkers, eigenlijk liefhebbers die vakantie nemen om gezellig te plukken, te eten en te drinken.
De wijnen waren goed, ik mocht alleen maar proeven en spugen vanwege de autorit terug. We hadden de achterbank plat vanwege de vele dozen die nu nog steeds in de auto liggen.

Café Marly

Wervelwind

Er zijn stille weekeinden en drukkere dagen. Dit was een druk en vochtig maar leuke periode.
Het begon al op vrijdag toen we langs gingen bij Meelan, een collega van Maartje die in Boulogne-Billancourt woont. Maartje’s opvolger bij country studies en zijn bruid van vijf weken, plus een oude Ierse collega, waren er ook en we zijn gaan eten in haar straat bij de Bistrot de Laurent. Dat was aardig en ik heb later lang met de chef gesproken over zijn risotto (met asperges die je niet proefde en veel olijfolie en bieslook) en de wel geslaagde tonijn moot, tartaar en eendenborst.
Daarna nog even PC programma reparateur gespeeld bij Meelan in ruil voor een glas Calvados en toen naar huis.
Onze vriend Fons stond met zijn camper, en die van zijn halfbroer, in Courneuve bij het Feest van Humanité, het communistische dagblad.
Zaterdag troffen we elkaar bij Opéra en zijn gaan rondlopen. We hebben geluncht bij de Roi du Pot au Feu, leuk, zijn bij Madeleine bij de delicatessen winkeltjes gaan snuffelen, zagen mode foto’s gemaakt worden bij de Comédie Française en we hebben na een bezoek aan een bosbeheer tentoonstelling op het plein voor het Louvre in Café Marly wat gedronken en tarama en ham gegeten. Maartje maakte foto’s van de bordjes terwijl een ober aan het opruimen was. Hij vroeg of ze er een naar huis wilde nemen en gaf haar een schoon bordje in een tissue opgeborgen mee.
Daarna door de stromende regen naar de Notre Dame waar aan de quai Montobello een tijdelijke markt was van zuidwest Frankrijk. Daar kregen we cocktails met Floc de Gascogne, we kochten voor een tientje een berg slakken met knoflook, peterselie en brood en ik heb er saffraan gekocht.
Daarna gingen we naar het 15de arrondissement waar kennissen een nieuw restaurant zijn begonnen, Besamé Mucho, nadat de huur van hun Casa Palenque bij Montparnasse te veel werd voor de omzet.
Er was muziek, er waren cocktails, mojito’s en we hadden taco’s kunnen kopen maar we hadden geen honger. Met een taxi terug naar Opéra, Fons met de metrolijn 7 naar zijn camper en wij met de RER A naar Saint-Germain.
Het weekeind waren nationale monumenten dagen en allerlei gebouwen konden worden bezocht en bezichtigd, ook in ons stadje. Jimmy en Anita belde al vroeg met plannen en we begonnen de dag op de markt, zoals gebruikelijk, en met hun gingen we naar een gebouw met een Donjon (toren) beneden de heuvel van ons huis, maar dat was dicht gedurende de lunch.
Bij onze Amerikaanse vrienden hebben we toen een BBQ gemaakt en daarna, het liep toen al tegen vijven, gingen we terug naar dat huis. Dat bleek niet zo oud als het leek, het was gebouwd in de negentiende eeuw door een mijnheer Charvet die er een mengeling van stijlen toepaste. Later werd het een kuuroord, en onderdak voor adellijke Russische vluchtelingen na de revolutie, en een weeshuis van de spoorwegen. Swiss Live wilde het afbreken om op het grote terrein woningen te bouwen maar dat is na verzet van de bevolking afgeketst. De oorspronkelijke gebouwen zijn nu luxe appartementen met een grote tuin en naar beneden, waar het kuuroord, theater en zwembad waren, staat nu wel een woningcomplex. Het was leuk en interessant. Omdat het avondeten een beetje in het water was gevallen vanwege de BBQ (het was toen wel droog…) hebben we wat bij de Indiër dichtbij, Mantra, gehaald. Dat was aardig maar niet zo goed als bij Gandi Saint Pierre, maar we hadden even geen zin om in een restaurant te eten terwijl Gandi op het Saint Pierre plein naast de Engelse pub, verder weg is en we geen microwave hebben voor het eventueel opwarmen.

 

 

 

Waterlelies in het parc floral

Parc Floral de Paris

Na meer dan 10 jaar denk je Parijs toch wel te kennen. Niet dus.

Twee van onze ‘vaste’ vleesleveranciers hadden ons toegangskaarten toegestuurd voor de beurs ‘Mer et Vigne’. Deze beurs vindt elk jaar plaats in het Parc Floral de Paris. Dit park is gelegen in het Bois de Vincennes en naast het Château de Vincennes.

Dit park ligt aan de oostkant van Parijs en er is een rechtstreekse verbinding met de RER A vanuit StG. Het is een reisje van zo’n 35 minuten, dwars door Parijs heen. Of eigenlijk moet ik zeggen door een tunnel onder Parijs door. Tot onze grote verrassing ontdekten we dat het een erg mooi park is. Opgedeeld in verschillende ‘gebieden’ waaronder een vijver met waterlelies, een openluchttheater en kassen.

De beurs vond plaats in het overdekte evenementen gebouw. Na een tocht langs stands van kaas/wijn/keukenapparatuur, vonden we onze twee ‘hof’leveranciers (Allaiton voor lamsvlees en Michel Restivo met stierenvlees). Als lunch hadden we gegrilde worst met aligoté uit de Auvergne met een glas Minervois.

Na afloop hebben we een kort bezoek gebracht aan het kasteel – erg indrukwekkend. We gaan er vast en zeker nog een keertje (of twee) naar toe. Het stadje Vincennes is trouwens ook een terugkeer waard.

 

Zaal in het museum

Dichtbij en lang geleden

Op zondag, na de markt en voor de lunch, gingen we naar het Château van Saint-Germain-en-Laye.
Uiteraard lopen we er elke dag langs want het staat in het park, naast de metro en je kunt er eigenlijk niet omheen (nou ja, als je omloopt dan wel). Vanwege de kunsttentoonstelling in het park dat zogenaamd iets te maken heeft met de viering van 400 jaar sinds de geboorte van André Le Notre, de tuin architect, waren we al in de kapel en in een zaal geweest met Hille en Truus.
Nu gingen we naar binnen, het was toevallig de eerste zondag van de maand dus het kasteel, dat een museum is, was gratis toegankelijk zoals ook bijvoorbeeld het Louvre.
Maar het Louvre is bomvol, het Château niet.
We kwamen eerst op de binnenplaats waar een tentoonstelling is van oude foto’s over het kasteel.
Hoewel het een vorstelijk paleis was, heeft het vele andere gebruiken gekend.
Koning Lodewijk de Zesde bouwde een fort in 1124 om indruk te maken op de wat eigenzinnige lokale heren in de Yvelines. Lodewijk de Negende, de brave Saint Louis die in Poissy (niet ver van Saint Germain) is geboren en in Tunis sterft tijdens een kruistocht, liet het uitbreiden en liet de kapel bouwen die in 1238 klaar was.
Op 15 augustus 1346, gedurende de honderd jarige oorlog, verwoeste de ‘zwarte prins’ Edward Plantagenet (dus afkomstig van de Anjou tak) Saint Germain-en-Laye en het kasteel, met uitzondering van de kapel, terwijl zijn vader Edward de Derde met het Engelse leger Poissy bezette.
Twintig jaar later liet Charles de vijfde het herbouwen door de architect Raymond du Temple. De Engelsen bezetten het kasteel wederom van 1417 tot 1440. Wederom een halve eeuw later is het Francois de Eerste die het paleis nieuw leven inblaast. Hij trouwde met Claude de France, ondanks haar naam hertogin van Bretagne maar door haar trouwen met Frans koningin van Frankrijk, in de kapel op 18 mei 1514 en in 1539 gaf hij opdracht aan Pierre Cambiges om het kasteel te verfraaien in de renaissance stijl.
Henri de Tweede werd geboren in het kasteel in 1519. Hij liet later ook het Château Neuf bouwen, dichter aan de rand van de heuvel en met tuinen die naar de Seine afdalen.
Karel de Negende werd daar geboren in 1550 en Lodewijk de Veertiende in 1638. De Zonnekoning leefde in Saint-Germain-en-Laye van 1661 tot 1682 en liet Le Notre de tuinen het ontwerpen. In 1682 ging hij naar het nieuwe paleis in Versailles en dat is het einde van de koninklijke carrière van het kasteel.
Jacob II van Engeland woonde er in ballingschap van 1689 tot zijn dood in 1701 en zijn lichaam ligt in de kerk tegenover het oude kasteel.
In 1777 gaf koning Lodewijk de Zestiende het kasteel aan zijn broer Karel, graaf van Artois en later Karel de Tiende. Karel liet het Château Neuf afbreken om plaats te maken voor iets nieuwers. Maar daar kwam het niet van vanwege de revoluties. Hij werd nog even koning (gedurende vijf jaar, vanaf zijn 66ste) maar trad af na een nieuwe revolutionaire golf en vluchtte naar Oostenrijk waar hij op zijn 79ste stierf.
Onder Napoleon Bonaparte werd het kasteel een school voor de cavalerie. Van 1836 tot 1855 was het kasteel een militaire gevangenis. Napoleon III liet het kasteel herstellen en gaf het een nieuwe bestemming als museum voor antiquiteiten.
Met wat hiaten gedurende de eerste en tweede wereldoorlog, en de vredesbesprekingen die in 1919 tot het Verdrag van Saint-Germain leiden, hield het de bestemming van museum en later gaf André Malraux, cultuur minister onder President Charles de Gaulle, het nationale belangrijkheid.

Wat zie je daar vandaag van terug? Van alles en nog wat. Enerzijds loop je door zalen vol met voorwerpen en schatten van opgravingen uit oude tijden, met Galliërs, Romeinen, de vroege Merovinger koningen en koninginnen zoals Aregonde wiens graf tombe in Saint Denis was gevonden.
Anderzijds loop je in architectonisch interessante zalen en gangen, met elementen op het plafond of de muren, symbolen van Francois I en andere koningen.

We gaan maar een abonnement nemen!